ECLI:NL:CRVB:2007:BA2484
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na beoordeling psychische beperkingen
Appellant viel op 4 december 2001 wegens psychische klachten uit zijn werk en kreeg vanaf 3 december 2002 een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Het Uwv herzag deze uitkering op 24 november 2003 naar 35-45% met ingang van 22 januari 2004, wat bij bezwaar werd gehandhaafd. De rechtbank Rotterdam oordeelde dat het oordeel van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts juist was, mede gebaseerd op medische gegevens waaronder rapporten van Riagg en psychiater Winter.
In hoger beroep voerde appellant aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn psychische beperkingen en dat de functies waarop de schatting was gebaseerd niet geschikt waren. De Raad overwoog dat de verzekeringsarts in oktober 2003 had vastgesteld dat appellant herstellende was van een depressie en weer belastbaar was met beperkingen. De medische informatie, inclusief recente rapporten van Riagg, toonde geen aanwijzingen voor zwaardere beperkingen dan aangenomen.
De Functionele Mogelijkheden Lijst hield rekening met psychische problematiek en beperkingen in persoonlijk en sociaal functioneren. De Raad vond dat de door het Uwv betrokken functies terecht als haalbaar waren aangemerkt en voldoende waren toegelicht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.