ECLI:NL:CRVB:2007:BA2347
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging recht op WAZO-uitkering ondanks ontvangst WAO-uitkering
Betrokkene staakte haar werkzaamheden wegens ziekte en ontving vanaf september 2004 een WAO-uitkering. In verband met zwangerschap vroeg zij een WAZO-uitkering aan met ingang van december 2004, welke werd afgewezen omdat zij niet meer verzekerd zou zijn voor de Ziektewet. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit.
In hoger beroep stelde appellant dat de wetgever niet de intentie had om de groep rechthebbenden voor de WAZO-uitkering uit te breiden tot WAO-ontvangers. De Raad oordeelde echter dat betrokkene als werknemer in de zin van de WAZO moet worden beschouwd en derhalve recht heeft op de uitkering. De duidelijke wettelijke bepalingen laten geen ruimte voor een andere interpretatie.
De Raad verwierp het verweer van appellant en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding tot veroordeling in proceskosten. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 15 maart 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het recht van betrokkene op een WAZO-uitkering ondanks ontvangst van een WAO-uitkering.