ECLI:NL:CRVB:2007:BA2307
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening bij intrekking bijstandsuitkering wegens onjuist opgegeven woonadres
Verzoeker ontvangt sinds 1996 een bijstandsuitkering en werd door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam geconfronteerd met een intrekking van de uitkering wegens vermoedelijk onjuist opgegeven woonadres. Na een onderzoek naar mogelijke samenwoning en onderverhuur in een andere gemeente, trok het College de bijstand per 9 augustus 2006 in. Verzoeker maakte bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank, die het besluit deels vernietigde maar de rechtsgevolgen van de intrekking in stand liet.
In hoger beroep richt het geschil zich op de intrekking van de bijstand per 9 augustus 2006. Verzoeker betwist dat hij niet op het opgegeven adres woonde en bracht een getuige mee die verklaarde dat hij zelf bewoner is van het adres en dat de eerder afgelegde anonieme verklaringen onbetrouwbaar zijn. Het College kon deze twijfels niet wegnemen en ook andere verklaringen van omwonenden waren onduidelijk.
Gelet op de financiële situatie van verzoeker en de onzekerheid over het woonadres, oordeelt de voorzieningenrechter dat het College aan verzoeker voorschotten moet verstrekken volgens de geldende norm totdat de bodemprocedure is afgerond. Tevens wordt het College veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het College wordt bevolen voorschotten te verstrekken aan verzoeker.