ECLI:NL:CRVB:2007:BA0970
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake boete wegens niet tijdig indienen loonopgaven
In deze zaak stond de vraag centraal of betrokkene terecht een boete opgelegd kreeg wegens het niet of niet tijdig indienen van periodieke loonopgaven over diverse perioden in 2003 en 2004. Betrokkene gaf toe dat door een wisseling van boekhouder de loonopgaven niet op de juiste plek aankwamen, maar stelde dat zijn boekhouder contact had met het UWV en de loonopgaven alsnog had verstuurd.
De rechtbank had de grieven van betrokkene verworpen en tevens een oordeel gegeven over de vraag of er sprake was van opzet of grove schuld, hoewel deze vraag niet door betrokkene was opgeworpen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank hiermee buiten de procesmatige grenzen was getreden en het bepaalde in artikel 8:69 van Pro de Algemene wet bestuursrecht niet had gerespecteerd.
De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, waarmee de boete in stand bleef. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. De uitspraak benadrukt het belang van het respecteren van de procesgrenzen en de verantwoordelijkheid van de werkgever voor tijdige loonopgave.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de boete wegens niet tijdig indienen van loonopgaven blijft gehandhaafd.