ECLI:NL:CRVB:2007:BA0969
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar berekeningsbeschikking Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad waarbij haar bezwaar tegen de berekeningsbeschikking van 31 maart 2006 niet-ontvankelijk werd verklaard. Deze berekeningsbeschikking betrof de voorlopige vaststelling van haar uitkering, tegemoetkoming en vergoeding op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945.
De Raad overwoog dat in de berekeningsbeschikking geen nieuw of nader besluit was genomen over de hoogte van het vastgestelde vermogen, zodat het bezwaar niet ontvankelijk kon worden verklaard. Eerder was het vermogen definitief vastgesteld bij een berekeningsbeschikking van 31 augustus 1992, welke na intrekking van bezwaar door de gemachtigde van appellante rechtens verbindend was geworden.
De Raad wees verder op een brief van 18 februari 1993 waarin de samenstelling van het vermogen was toegelicht. Gezien deze feiten was er geen grond voor vernietiging van het bestreden besluit en werd het beroep ongegrond verklaard. Proceskostenvergoeding werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.