ECLI:NL:CRVB:2007:BA0958
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid voor maatgevende arbeid
Appellante, werkzaam als schoonmaakster voor twee uur per dag, viel in februari 2002 uit wegens hoofdpijn, duizeligheid en knieklachten. Na onderzoek door verzekeringsarts J. Rietkerk en arbeidsdeskundige G. Bijstra werd vastgesteld dat zij met beperkingen in staat is haar eigen werk te verrichten. De werkgever bevestigde dat appellante lichte schoonmaakwerkzaamheden uitvoert en voldoende mogelijkheden heeft tot werkhervatting.
Het UWV weigerde op 9 juli 2003 een WAO-uitkering toe te kennen na de einde wachttijdbeoordeling. Appellante maakte bezwaar, stellende dat zij lichamelijk niet kon werken vanwege klachten en onder behandeling was van specialisten. Het bezwaar werd ongegrond verklaard op basis van een rapportage van de bezwaarverzekeringsarts.
De Raad overwoog dat de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling zorgvuldig en op een deugdelijke medische grondslag was gebaseerd. Er waren geen aanvullende medische gegevens die een ernstiger beperking aannemelijk maakten. Ook de arbeidskundige beoordeling werd onderschreven, waarbij werd meegewogen dat de maatgevende arbeid slechts twee uur per dag beslaat, wat voldoende ruimte laat voor recuperatie.
Gelet op artikel 8:69 van Pro de Awb was er geen reden het bestreden besluit te vernietigen. De Raad zag geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 25 november 2004. De weigering van de WAO-uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering aan appellante.