ECLI:NL:CRVB:2007:BA0832
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens grove schuld bij niet tijdig indienen jaaropgavekaarten 2002
Appellant werd door het UWV beboet wegens het niet tijdig indienen van de jaaropgavekaarten over 2002. Ondanks herhaalde rappellen op 13 maart en 10 april 2003, werden de opgaven niet tijdig ontvangen. Appellant stelde dat de opgaven op 28 januari 2003 waren verzonden en betwistte de kwalificatie van grove schuld. Tevens werd aangevoerd dat de hoorplicht volgens artikel 7:2 Awb Pro was geschonden en dat de rappelbrief van 10 april 2003 niet was ontvangen.
De Raad oordeelde dat appellant en zijn gemachtigde voldoende gelegenheid hadden gehad om gehoord te worden, ondanks het niet honoreren van een tweede uitstelverzoek. De getuigenverklaring van de administrateur over de verzenddatum werd niet als aanvullend bewijs noodzakelijk geacht. De Raad stelde vast dat het risico van het niet ontvangen van de opgaven voor rekening van appellant komt, aangezien het UWV ontkende ontvangst op niet ongeloofwaardige wijze.
De Raad bevestigde dat het UWV terecht grove schuld aannam, omdat appellant niet tijdig had voldaan aan de loonopgaveverplichting en eerdere boetes in 1998, 1999 en 2002 reeds waren opgelegd. De boete werd vastgesteld op 37,5% van de vastgestelde premie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De boete van 37,5% wegens grove schuld bij het niet tijdig indienen van jaaropgavekaarten over 2002 wordt bevestigd.