ECLI:NL:CRVB:2007:BA0477
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting duizeligheidsklachten
Appellant ontving sinds 1990 een WAO-uitkering wegens buik- en rugklachten, laatstelijk vastgesteld op 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na medisch en arbeidskundig onderzoek werd deze bij besluit van 22 januari 2003 herzien naar 25-35%. Het bezwaar van appellant leidde tot een aanpassing naar 35-45% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit stand kon houden.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV geen rekening had gehouden met duizeligheidsklachten, waardoor de geselecteerde functies medisch niet passend zouden zijn. Tevens werden feitelijke onjuistheden in de rechtbankuitspraak aangevoerd. De Raad stelde vast dat deze onjuistheden geen invloed hadden op de rechtmatigheid van het besluit.
De bezwaarverzekeringsarts had de medische gegevens zorgvuldig bestudeerd en hield rekening met informatie van de neuroloog. De Raad concludeerde dat er voldoende inzicht was in de gezondheidssituatie van appellant en dat de klachten niet medisch geobjectiveerd waren op de datum van het besluit.
De Raad oordeelde dat appellant in staat was de vier geselecteerde functies te vervullen, waarop de mate van arbeidsongeschiktheid van 35-45% was gebaseerd. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid.