ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9133
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten UWV inzake weigering ziekengeld wegens arbeidsongeschiktheid
Appellante was van oktober 2000 tot april 2001 werkzaam als doktersassistente en meldde zich ziek in januari 2001. Na medische beoordelingen stelde het UWV vast dat zij vanaf juli 2001 geen recht meer had op ziekengeld. Later meldde zij zich opnieuw ziek wegens psychische klachten, waarna het UWV ook het recht op ziekengeld per mei 2002 introk.
Appellante maakte bezwaar tegen beide besluiten en overlegde medische rapporten, waaronder van psychiater Groot, die een chronische depressie constateerde met beperkte arbeidsmogelijkheden. De bezwaarverzekeringsarts onderschreef de medische feiten maar concludeerde anders dan appellante.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat appellante op de relevante data ongeschikt was voor haar werk. De Raad vernietigde de bestreden besluiten, bepaalde dat het UWV nieuwe besluiten moet nemen en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige medische beoordeling en het respecteren van deskundigenrapporten bij beslissingen over ziekengeld en arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de besluiten van het UWV en veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten.