ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8252

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
04-6880 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • K.J.S. Spaas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:69 AwbArt. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging van beslissing UWV over arbeidsongeschiktheidsuitkering op basis van medische beoordeling

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin zijn bezwaar tegen de toekenning van een WAO-uitkering van 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid ongegrond werd verklaard. De rechtbank Roermond had het beroep van appellant eveneens ongegrond verklaard, stellende dat het besluit op een toereikende medische grondslag berustte en de arbeidskundige beoordeling de rechterlijke toetsing kon doorstaan.

In het hoger beroep heeft appellant zijn eerdere grieven herhaald, maar de Centrale Raad van Beroep heeft geen aanleiding gezien om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De Raad onderschrijft de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek en de juistheid van de conclusies waarop het besluit is gebaseerd.

De Raad heeft tevens overwogen dat er geen gronden zijn om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het onderzoek ter zitting vond plaats zonder aanwezigheid van appellant, die vooraf was geïnformeerd. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV en verklaart het hoger beroep van appellant ongegrond.

Uitspraak

04/6880 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 19 november 2004, 04/493 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 13 februari 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. R.A.J. Delescen, advocaat te Roermond, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Desgevraagd in verband met de uitspraken van de Raad van 9 november 2004 (o.a. LJN: AR4716) heeft het Uwv een rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige J.J. van der Naald van 11 februari 2005 overgelegd.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 januari 2007. Appellant is -met voorafgaand bericht- niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.G. Mostert.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 23 maart 2004, verder: het bestreden besluit, heeft het Uwv ongegrond verklaard het bezwaar van appellant tegen het besluit van 12 november 2003, waarbij een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) ongewijzigd is toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.
De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit op een toereikende medische grondslag berust en dat er geen reden is te concluderen dat de arbeidskundige beoordeling de rechterlijke toetsing niet kan doorstaan.
In hoger beroep heeft appellant zijn tijdens de procedure in eerste aanleg aangevoerde grieven herhaald.
Het gaat in dit geding om de beantwoording van de vraag of het oordeel van de rechtbank over het bestreden besluit van het Uwv in rechte stand kan houden.
De Raad beantwoordt die vraag bevestigend en overweegt het volgende.
De Raad heeft evenals de rechtbank geen redenen om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek van het Uwv en de juistheid van de conclusies ervan, waarop het bestreden besluit is gebaseerd. De overwegingen van de rechtbank met betrekking tot het medisch aspect van het bestreden besluit onderschrijft de Raad.
Nu ook overigens in het licht van artikel 8:69 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat het bestreden besluit in rechte geen stand kan houden, komt de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door K.J.S. Spaas. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.H. Hagendoorn-Huls als griffier, uitgesproken in het openbaar op 13 februari 2007.
(get.) K.J.S. Spaas.
(get.) A.H. Hagendoorn-Huls.