ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7535
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens inkomsten uit arbeid als commissaris
Appellant maakte bezwaar tegen besluiten van het UWV waarbij zijn WAO-uitkering werd verlaagd en herzien wegens inkomsten uit arbeid. Het UWV had de uitkering berekend op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%, maar verlaagde deze met ingang van 1 oktober 2002 deels vanwege niet opgegeven inkomsten als commissaris bij DELA.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV een afdoende feitelijke grondslag had, namelijk een rapport over werknemersfraude. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat appellant geen onderbouwing gaf voor een toezegging dat de inkomsten niet zouden worden gekort.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft de rechtbankuitspraak en benadrukt dat voor toepassing van artikel 44 WAO Pro enkel inkomsten uit arbeid vereist zijn, niet per se uit dienstbetrekking. Het rapport was zorgvuldig en voldoende onderbouwd. De Raad ziet geen aanleiding om af te zien van herziening of terugwerkende kracht te beperken.
Het beroep van appellant wordt afgewezen en de besluiten van het UWV worden bevestigd. De Raad acht geen toepassing van artikel 8:75 Awb Pro op de zaak.
Uitkomst: De herziening en verlaging van de WAO-uitkering wegens niet opgegeven inkomsten uit arbeid worden bevestigd.