ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7296
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering WAO-uitkering wegens inkomsten als zelfstandige
Appellant ontving een WAO-uitkering die door het UWV werd gekort vanwege inkomsten uit zelfstandige werkzaamheden vanaf 1 januari 2000. Het UWV besloot de uitkering over dat jaar niet uit te betalen en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug over de periode 2000 tot en met april 2002. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar appellant stelde in hoger beroep dat de arbeidsongeschiktheid te laag was vastgesteld, het teruggevorderde bedrag te hoog, en dat het UWV onterecht had gehandeld.
De Raad oordeelde dat de korting terecht was vastgesteld voor het jaar 2000, waarbij de fiscale winstopgave als doorslaggevend werd aangenomen. Er was geen sprake van dringende redenen om van terugvordering af te zien. De Raad vernietigde echter het terugvorderingsbesluit voor de periode vanaf 1 januari 2001 omdat het UWV geen splitsing had gemaakt tussen de jaren en het besluit onduidelijk was. Het UWV moet een nieuw besluit nemen.
De Raad wees het beroep op gerechtvaardigd vertrouwen af vanwege onvoldoende onderbouwing en de omvang van de inkomsten. De proceskosten werden deels toegewezen aan appellant. De uitspraak bevestigt het standpunt van het UWV over het jaar 2000 en corrigeert het terugvorderingsbesluit over de daaropvolgende periode.
Uitkomst: De korting op de WAO-uitkering over 2000 wordt bevestigd, het terugvorderingsbesluit over 2001-2002 wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.