ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7159
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening huishoudelijke hulp wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster, uitkeringsgerechtigde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, heeft bezwaar gemaakt tegen besluiten van de Raadskamer WUV betreffende de vergoeding voor huishoudelijke hulp. Zij vordert een verhoging van de vergoeding op basis van een Persoonsgebonden Budget (PGB) en een indicatiebesluit dat meer uren huishoudelijke verzorging en begeleiding voorschrijft.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoekster financieel niet heeft onderbouwd waarom zij de huidige vergoeding niet kan handhaven en dat zij het toegekende PGB niet aanwendt voor huishoudelijke verzorging, maar anderszins besteedt. Hierdoor ontbreekt een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep op 25 januari 2007.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor verhoging van de vergoeding huishoudelijke hulp wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.