ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7046
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herhaalde aanvraag Ziektewet-uitkering zonder nieuwe feiten
Appellante, voormalig vakkenvulster, stopte met werken wegens fysieke en psychische klachten. Het UWV weigerde aanvankelijk ziekengeld toe te kennen, een besluit dat onherroepelijk werd. Na een korte werkhervatting die mislukte, vroeg appellante opnieuw om ziekengeld. Het UWV kwalificeerde dit als een herhaalde aanvraag en handhaafde het eerdere besluit.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een nieuwe ziekmelding, maar verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij door haar beperkingen recht had op uitkering, met medische verklaringen ter onderbouwing. De Raad concludeerde echter dat er geen nieuw ziektegeval was, maar een mislukte werkhervatting, en dat het UWV terecht vasthield aan het eerdere besluit.
De Raad benadrukte dat bij herhaalde aanvragen alleen gekeken mag worden naar nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. Aangevoerde medische verklaringen betroffen klachten die al bekend waren. Daarom was het bestreden besluit rechtmatig en is het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De herhaalde aanvraag om ziekengeld werd afgewezen omdat geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.