ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7040

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 januari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-1389 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:5 AwbArt. 4:6 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing herhaalde aanvraag Ziektewet-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten

Appellant heeft bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) een herzieningsverzoek ingediend om een eerder genomen besluit uit 1988 te herzien en het recht op een Ziektewet-uitkering opnieuw vast te stellen. Het Uwv wees deze aanvraag af omdat het ingediende medisch rapport geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatte.

Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank Zutphen bevestigde dit oordeel en toetste het besluit terughoudend, waarbij zij de bevindingen van de verzekeringsarts onderschreef.

In hoger beroep heeft appellant dezelfde grieven aangevoerd, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch rapport van de zenuwarts weliswaar een andere zienswijze geeft, maar geen nieuwe feiten of omstandigheden bevat zoals vereist volgens artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro. De aanvraag blijft afgewezen omdat het Uwv terecht gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid om de aanvraag te weigeren op grond van het ontbreken van nieuwe feiten.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herhaalde aanvraag Ziektewet-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.

Uitspraak

05/1389 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 19 januari 2005, 04/478 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 24 januari 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. R.A.J. Delescen, advocaat te Roermond, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 december 2006. Appellant is -zoals aangekondigd- niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door E. van den Brink.
II. OVERWEGINGEN
De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
Bij brief van 18 maart 2003 is namens appellant verzocht om een eerder genomen besluit van 3 februari 1988 te herzien en het recht op uitkering in het kader van de Ziektewet opnieuw vast te stellen. Bij besluit van 24 november 2003 heeft het Uwv appellants nieuwe aanvraag afgewezen, omdat het namens appellant ingebrachte medisch rapport van zenuwarts H.L.S.M. Busard geen nieuwe feiten en/of omstandigheden vermeldt. Bij brief van 28 november 2003 is namens appellant bezwaar aangetekend. Bij besluit van 19 februari 2004 (hierna:het bestreden besluit) is het bezwaar van appellant ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het bestreden besluit terughoudend getoetst en in het kader daarvan de bevindingen van de verzekeringsarts D.E. Smit d.d. 15 september 2003, onderschreven.
In hoger beroep heeft de gemachtigde van appellant in essentie dezelfde grieven als in bezwaar en in eerste aanleg naar voren gebracht.
De Raad overweegt het volgende.
In artikel 4:6, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat, indien na een geheel of gedeeltelijke afwijzende beschikking een nieuwe aanvraag wordt gedaan, de aanvrager gehouden is nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden. Ingevolge het tweede lid van dit artikel kan het bestuursorgaan, wanneer geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld, zonder toepassing te geven aan artikel 4:5 van Pro de Awb, de aanvraag afwijzen onder verwijzing naar zijn eerdere afwijzende besluit.
Ter ondersteuning van zijn verzoek om terug te komen van eerder vermeld besluit heeft appellant een beroep gedaan op het rapport d.d. 27 februari 2003 van zenuwarts Busard voornoemd. De Raad is van oordeel dat een medisch rapport als zodanig geen nieuw feit is als bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Awb, maar dat uit een rapport de aanwezigheid van een nieuw feit of van nieuwe feiten kan blijken. De Raad ziet, evenals de rechtbank en het Uwv, in het rapport van zenuwarts Busard een andere zienswijze over de arbeidsongeschiktheid van appellant, maar niet de ingevolge artikel 4:6 van Pro de Awb vereiste nieuwe feiten of omstandigheden naar voren komen.
Gedaagde was dan ook bevoegd om met toepassing van dit artikel 4:6, tweede lid, van de Awb de aanvraag af te wijzen onder verwijzing naar het gestelde in het besluit van
3 februari 1988.
In hetgeen namens appellant is gesteld ziet de Raad geen grond te oordelen dat het Uwv niet in redelijkheid van die bevoegdheid gebruik kon maken.
Gelet op het vorenoverwogene kan het hoger beroep niet slagen en dient de aangevallen uitspraak, waarbij het bestreden besluit in stand is gelaten, te worden bevestigd.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J. Verrips als griffier, uitgesproken in het openbaar op 24 januari 2007.
(get.) Ch. van. Voorst
(get.) J. Verrips
TM