ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6979
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging UWV-besluit wegens onvoldoende arbeidskundige grondslag bij WAO-schatting
Appellant maakte bezwaar tegen het UWV-besluit van 19 februari 2002 waarin werd vastgesteld dat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt was volgens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen, met name door gewrichtsklachten gerelateerd aan een huidziekte, onvoldoende waren erkend en dat het onderzoek niet zorgvuldig was uitgevoerd.
De Raad volgde het oordeel van de onafhankelijke reumatoloog die de beperkingen bevestigde zoals vastgelegd in het belastbaarheidsprofiel. Medische gegevens van appellant gaven geen aanleiding tot afwijking. De arbeidskundige beoordeling werd echter kritisch bekeken: de functies van wikkelaar, waarop het UWV zich deels baseerde, overschreden de belastbaarheid van appellant voor werken boven schouderhoogte. Jurisprudentie van de Raad stelt dat het belastbaarheidspatroon leidend is en niet mag worden aangepast om functies passend te verklaren.
Daarom was de arbeidskundige grondslag onvoldoende en kon het besluit dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was niet in stand blijven. De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en beval het UWV een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het UWV-besluit vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundige grondslag, met opdracht tot nieuw besluit.