ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6725
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen vaststelling draagkracht 2005 door IB-Groep
Appellante maakte bezwaar tegen de door de IB-Groep vastgestelde draagkracht voor het jaar 2005, waarbij haar draagkracht op nihil werd gesteld. De IB-Groep verklaarde het bezwaar ongegrond bij besluit van 13 december 2004. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep stelt appellante dat haar beroepschrift gericht was tegen de terugvordering van partnertoeslag over de jaren 1998, 1999 en 2000, terwijl het bestreden besluit uitsluitend betrekking heeft op de draagkracht voor 2005. De Raad stelt vast dat de terugvordering van de partnertoeslag reeds in een eerdere procedure is behandeld en in stand is gebleven.
De thans aangevoerde grieven hebben geen betrekking op het bestreden besluit en kunnen daarom niet slagen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom het vonnis van de rechtbank. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit van de IB-Groep over de vaststelling van haar draagkracht voor 2005 wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.