ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6626
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Onzorgvuldige voorbereiding besluit WAO-schatting leidt tot vernietiging
Appellant, die sinds 1990 arbeidsongeschikt is wegens medische klachten, kreeg aanvankelijk een ziekengelduitkering toegekend. Het UWV weigerde later een WAO-uitkering toe te kennen per 13 november 1991, omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. Deze beslissing werd door de rechtbank Amsterdam bevestigd, maar appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad constateerde dat het UWV onvoldoende zorgvuldig had gehandeld bij het verzamelen en beoordelen van medische gegevens. Essentiële stukken uit de Ziektewetperiode ontbraken, terwijl uit beschikbare rapportages bleek dat appellant ernstige medische beperkingen had, waaronder hersenletsel en een depressief syndroom. Het UWV had nagelaten deze gegevens adequaat te waarborgen en te betrekken bij de beoordeling.
De Raad oordeelde dat het UWV primair verantwoordelijk is voor het verzamelen van relevante medische informatie en dat het ontbreken daarvan voor risico van het UWV moet blijven. De vaststelling van de belastbaarheid per einde wachttijd was onvoldoende onderbouwd en te optimistisch. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en werd het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldige voorbereiding en het UWV moet een nieuw besluit nemen.