ECLI:NL:CRVB:2006:BA0783
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens nalaten beslissing op nieuwe WW-aanvraag
Appellant heeft tegen het UWV bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een WW-uitkering. De eerste aanvraag van 3 juli 2003 werd afgewezen omdat appellant niet beschikbaar was voor werk. Op 21 augustus 2003 diende appellant een tweede aanvraag in met een concrete sollicitatie, maar het UWV weigerde deze te behandelen en wees de aanvraag af op grond van het ontbreken van nieuwe feiten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en volgde het standpunt van het UWV dat er geen nieuwe feiten waren. In hoger beroep stelt appellant dat de tweede aanvraag als een nieuwe aanvraag moet worden beschouwd, aangezien hij toen wel beschikbaar was voor werk en een sollicitatie had gedaan.
De Raad oordeelt dat het UWV ten onrechte niet heeft beslist op de tweede aanvraag en dat deze aanvraag moet worden opgevat als een nieuwe aanvraag per 21 augustus 2003. Het UWV had hierover duidelijkheid moeten verkrijgen voordat het de aanvraag afwees. Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit voor zover het niet heeft beslist op deze aanvraag en beveelt het UWV een nieuwe beslissing te nemen. Tevens worden de proceskosten aan appellant toegewezen.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens het nalaten van een beslissing op de nieuwe aanvraag van 21 augustus 2003 en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.