ECLI:NL:CRVB:2006:AZ7277
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na schriftelijke waarschuwing
Appellant ontving sinds november 2003 bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Hellendoorn gaf appellant op 20 september 2004 een schriftelijke waarschuwing wegens het niet of niet behoorlijk nakomen van bepaalde verplichtingen. Het bezwaar tegen deze waarschuwing werd op 24 november 2004 ongegrond verklaard, en de rechtbank Almelo bevestigde dit op 31 oktober 2005.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep stelde ambtshalve de vraag of appellant nog een procesbelang had bij de beoordeling van het hoger beroep, gezien het feit dat meer dan twee jaar waren verstreken sinds de schriftelijke waarschuwing. Artikel 14a, derde lid, van de Abw bepaalt dat een schriftelijke waarschuwing geen nadelige gevolgen meer kan hebben indien de overtreding buiten een periode van twee jaar na die waarschuwing plaatsvindt.
De Raad concludeerde dat het procesbelang ontbrak omdat de waarschuwing niet meer tot nadelige gevolgen voor appellant kon leiden. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na meer dan twee jaar sinds schriftelijke waarschuwing.