ECLI:NL:CRVB:2006:AZ6028
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burgeroorlogsgetroffene wegens ontbreken bewijs oorlogsgeweld
Appellant heeft meerdere verzoeken ingediend om erkenning als burgeroorlogsgetroffene op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, gebaseerd op verschillende oorlogservaringen waaronder getuige zijn van mishandeling, bombardementen en beschietingen. Deze verzoeken, inclusief een herzieningsverzoek, werden door verweerster afgewezen wegens gebrek aan bewijs dat appellant direct betrokken was bij oorlogsgeweld zoals bedoeld in de wet.
De Raad heeft in eerdere uitspraken het beroep van appellant ongegrond verklaard en bevestigt in deze uitspraak dat het bestreden besluit stand kan houden. De aangevoerde nieuwe feiten en getuigenverklaringen ondersteunen de stelling van appellant niet voldoende. De Raad benadrukt de discretionaire bevoegdheid van verweerster bij herziening en past een terughoudende toetsing toe.
Uiteindelijk concludeert de Raad dat appellant niet heeft aangetoond dat hij slachtoffer is van doodslag, executie of zware mishandeling in de zin van de Wet, waardoor het beroep wordt verworpen en geen vergoeding of erkenning wordt toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de erkenning als burgeroorlogsgetroffene wordt afgewezen wegens ontbreken van bewijs van oorlogsgeweld.