ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5984
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Juistheid vermogensvaststelling oorlogsgetroffene in sociale zekerheidsuitkering
Appellant maakte bezwaar tegen de vaststelling van zijn vermogen voor de berekening van zijn uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers. Hij stelde dat bepaalde banktegoeden en securities niet tot zijn vermogen behoorden omdat deze gelden voortkwamen uit pre-financiering van derden of onderdeel waren van een nalatenschap die deels aan zijn broer en zus toekwam.
De Raad stelde vast dat verweerster een uitgebreid onderzoek had gedaan naar de vermogenspositie van appellant en dat appellant voldoende gelegenheid had gekregen om bewijsstukken te overleggen. Er was geen objectief bewijs dat het saldo op de bankrekening of de securities niet tot appellant behoorden. De verklaring van de broer van appellant en de stukken over de lening aan appellant ondersteunden het oordeel dat deze middelen feitelijk ter beschikking stonden van appellant.
De Raad oordeelde dat de benadering van verweerster, waarbij de beschikbare bankgegevens als uitgangspunt werden genomen en appellant werd gevraagd zijn stellingen met bewijs te onderbouwen, zorgvuldig en aanvaardbaar was. Er waren geen gronden voor vernietiging van het besluit. Tevens wees de Raad een verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot vermogensvaststelling blijft in stand.