ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5820
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verhoging Wajong-uitkering wegens hulpbehoevendheid
Appellant heeft bij het UWV een verzoek ingediend tot verhoging van zijn Wajong-uitkering op grond van een blijvende toestand van hulpbehoevendheid die geregeld oppassing en verzorging vereist. Het UWV verhoogde de uitkering tot 85% van de grondslag met ingang van 30 juni 1998, maar appellant vorderde een verhoging tot 100% en met terugwerkende kracht tot 19 december 1994.
De rechtbank wees het beroep van appellant af en bevestigde het standpunt van het UWV. In hoger beroep herhaalde appellant zijn grieven. De Raad overwoog dat appellant vanwege paranoïde schizofrenie in een blijvende toestand van hulpbehoevendheid verkeert, maar dat de mate van hulp en toezicht niet rechtvaardigt dat de uitkering wordt verhoogd tot 100%.
De Raad hanteert het beleid van het UWV waarbij een verhoging tot 85% geldt bij geregelde hulp bij enkele essentiële levensverrichtingen en een verhoging tot 100% bij continue oppassing en verzorging bij vrijwel alle dagelijkse levensverrichtingen. Appellant woont nog bij zijn ouders en heeft hulp nodig bij koken, boodschappen, kledingverzorging en financiële zaken, maar niet bij alle essentiële levensverrichtingen.
De Raad bevestigt dat de ingangsdatum van de verhoging terecht is vastgesteld op 30 juni 1997, één jaar voor de aanvraagdatum, omdat geen bijzonder geval is gebleken dat een eerdere datum rechtvaardigt. De Raad concludeert dat het UWV het beleid juist heeft toegepast en bevestigt de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De uitkering van appellant wordt verhoogd tot 85% van de grondslag met ingang van 30 juni 1997, een verzoek tot verhoging tot 100% en eerdere ingangsdatum wordt afgewezen.