ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5565
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Th.G.M. Simons
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in WWB-zaken
De opposant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle inzake een WWB-zaak, maar de Raad verklaarde dit hoger beroep niet-ontvankelijk omdat de gronden niet tijdig waren aangevoerd. Opposant deed hiertegen verzet, stellende dat hij wegens ziekte verhinderd was de zitting bij te wonen en niet alle stukken had kunnen bestuderen.
De Raad oordeelde dat de niet-ontvankelijkverklaring niet in stand kon blijven, omdat de grief zich rechtstreeks richtte tegen de aangevallen uitspraak en het verzet strekte tot het alsnog kunnen bepleiten van de zaak op een zitting. De Raad verklaarde het verzet gegrond, waardoor de eerdere uitspraak verviel en het onderzoek werd voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Partijen waren niet verschenen bij de zitting van 6 maart 2006, waarbij opposant vooraf wegens ziekte had bericht van verhindering gestuurd. Er waren geen proceskosten toegekend aan opposant in het kader van de verzetprocedure.
De uitspraak werd gedaan door mr. drs. Th.G.M. Simons, in aanwezigheid van griffier T. Hemelrijk-van den Oudenalder, en uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2006.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt vernietigd.