ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5275
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vast dienstverband na tijdelijke aanstellingen bij verschillende werkgevers
Appellant was vanaf 1996 tot 2005 werkzaam als onderzoeker bij de Universiteit Utrecht (UU) en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Hij verzocht het college van bestuur van de UU om een dienstverband voor onbepaalde tijd, stellende dat de maximale termijn van zes jaar voor tijdelijke contracten was overschreden, waarbij hij ook zijn diensttijd bij de NWO meerekende.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de UU en de NWO als verschillende werkgevers moeten worden beschouwd en dat de maximale termijn van zes jaar per werkgever geldt. De diensttijd bij de NWO telt derhalve niet mee voor de berekening van de maximale termijn bij de UU.
Verder stelde de Raad vast dat er geen sprake was van ontduiking van de wettelijke bepalingen, aangezien de tijdelijke aanstellingen samenhingen met de financiering van onderzoeksprojecten via verschillende geldstromen. De Raad wees het beroep van appellant af en bevestigde het bestreden besluit, zonder proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een vast dienstverband omdat de maximale termijn voor tijdelijke dienstverbanden niet is overschreden bij één en dezelfde werkgever.