ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5214
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het UWV in het gelijk stelde door geen WAO-uitkering toe te kennen na de wachttijd van 52 weken. De rechtbank oordeelde dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was. In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe medische verklaringen of deskundigenrapporten overgelegd die zijn gezondheidstoestand of arbeidsmogelijkheden per 28 september 2002 anders zouden doen beoordelen.
De Raad voor de Rechtspraak neemt de feiten en omstandigheden over zoals vastgesteld door de rechtbank en onderschrijft volledig de motivering dat de grieven van appellant niet slagen. Omdat appellant geen nieuwe gronden aanvoert die niet reeds door de rechtbank zijn beoordeeld, ziet de Raad geen reden om het hoger beroep gegrond te verklaren.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de aangevallen uitspraak en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter G.J.H. Doornewaard en uitgesproken in het openbaar op 22 december 2006.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.