ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5209
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Hoogte verlengde wachtgeld en vaststelling ambtelijk inkomen bij ontslag universitair medewerker
Appellant, voormalig medewerker van de Technische Universiteit Eindhoven, kreeg per 1 januari 1990 ontslag en wachtgeld toegekend. In 2002 werd een besluit genomen over de hoogte van zijn verlengde wachtgeld, gebaseerd op zijn bezoldiging tijdens een 0,8 dienstverband in 1988-1989. Appellant betwistte deze berekening en stelde dat zijn eerdere fulltime dienstverband moest worden meegewogen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het toekenningsbesluit uit 1990 niet was aangevochten. De Raad oordeelt echter dat de vermelding van het bedrag in het toekenningsbesluit slechts indicatief is en dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. De Raad stelt vast dat het college bij de berekening van het ambtelijk inkomen de deeltijdfactor onjuist heeft toegepast en dat de berekening gebaseerd moet zijn op een omrekening naar een fulltime inkomen.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de juiste wettelijke bepalingen. Tevens wijst de Raad het verzoek om schadevergoeding af wegens onvoldoende onderbouwing en veroordeelt het college in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit over de hoogte van het verlengde wachtgeld wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen.