ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4963
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak inzake intrekking WAO-uitkering en proceskostenveroordeling
Appellant, de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, trok de WAO-uitkering van betrokkene in per 30 september 2003 omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. De rechtbank Almelo vernietigde dit besluit vanwege onvoldoende medische motivering en onjuiste toepassing van de reductiefactor bij de berekening van de verdiencapaciteit. Tevens veroordeelde de rechtbank appellant in de proceskosten.
In hoger beroep wordt het oordeel over de medische grondslag niet bestreden, maar wel het oordeel over de reductiefactor. De Centrale Raad bevestigt dat de reductiefactor conform artikel 9 van Pro het Schattingsbesluit moet worden toegepast op de functie met het hoogste uurloon, niet op functies met lagere urenomvang. Hierdoor vernietigt de Raad het oordeel van de rechtbank over de reductiefactor.
Verder oordeelt de Raad dat de proceskostenveroordeling onjuist is omdat de verleende ondersteuning door de gemachtigde van betrokkene geen beroepsmatige rechtsbijstand betrof. Alleen de reiskosten van € 1,80 zijn terecht toegewezen. De uitspraak van de rechtbank wordt daarom op deze punten vernietigd.
Uitkomst: De Centrale Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover het oordeel over de reductiefactor en de proceskostenveroordeling het forfaitaire bedrag betreft, en handhaaft de proceskostenveroordeling voor de reiskosten.