ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4912
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak inzake WAO-herbeoordeling en procesorde
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarbij haar WAO-uitkering werd herbeoordeeld en verlaagd van 80-100% naar 55-65% arbeidsongeschiktheid per 15 mei 2002. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak vanwege schending van de procesorde. Tijdens de zitting bracht het UWV onder protest van appellante een arbeidsdeskundig rapport in, dat te laat was ingediend volgens artikel 8:58 Awb Pro. De rechtbank had het onderzoek moeten schorsen of heropenen om appellante de gelegenheid te geven te reageren, maar deed dit niet.
De Raad oordeelt dat de zaak niet hoeft te worden terugverwezen omdat de gemachtigde van appellante inmiddels wel gelegenheid heeft gehad zich uit te laten. De Raad beoordeelt inhoudelijk de medische en arbeidskundige gegevens, waaronder rapporten van verzekeringsartsen en revalidatieartsen. Hoewel appellante nieuwe medische informatie aanvoerde, leidt dit niet tot een andere beoordeling van haar functionele beperkingen op de datum in geschil. De Raad acht de medische en arbeidskundige grondslagen van het UWV-besluit juist.
De Raad verklaart het inleidende beroep ongegrond, veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het UWV het betaalde griffierecht aan appellante vergoedt.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep wordt ongegrond verklaard.