ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4895
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering en korting WAO-uitkering met terugwerkende kracht door UWV
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van het UWV waarbij zijn WAO-uitkering over de periode van 13 augustus 2001 tot en met 30 november 2003 met terugwerkende kracht werd gekort op grond van artikel 44 van Pro de WAO. Tevens werd onverschuldigd betaalde uitkering teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, stellende dat hij aan zijn informatieplicht had voldaan en dat het UWV het vertrouwen had gewekt dat geen herziening of terugvordering zou plaatsvinden. De Raad oordeelde dat er geen ondubbelzinnige toezeggingen van het UWV waren en dat het stilzitten van het UWV niet uitsluit dat artikel 44 toegepast Pro kan worden.
Verder bleek uit arbeidsdeskundige rapportages dat appellant op de hoogte was gesteld van de noodzaak om loonstroken maandelijks aan het UWV te verstrekken vanwege mogelijke invloed van inkomsten uit arbeid op zijn uitkering. De Raad vond geen reden het besluit onjuist te achten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien om artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering en korting van de WAO-uitkering met terugwerkende kracht door het UWV.