ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 27 december 1999
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om zijn bezwaar tegen de weigering van een WAO-uitkering per 27 december 1999 ongegrond te verklaren. Het UWV oordeelde dat appellant op die datum minder dan 15% arbeidsongeschikt was, een standpunt dat door de rechtbank werd bevestigd op basis van een medisch rapport van psychiater E.F. van Ittersum.
In hoger beroep bracht een bekende van appellant argumenten aan waarom appellant reeds volledig arbeidsongeschikt zou zijn geweest op de betreffende datum. Het UWV stelde dat deze argumenten subjectief waren en niet ondersteund werden door nieuwe medische gegevens. De Raad onderschreef deze zienswijze en benadrukte dat het begrip arbeidsongeschiktheid in de WAO een geobjectiveerd begrip is, waarvoor medische onderbouwing noodzakelijk is.
De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de rechtbank en bevestigde het bestreden besluit. Tevens werd geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door K.J.S. Spaas, met griffier J.W. Engelhart, na een zitting waarbij appellant werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde en het UWV niet was verschenen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 27 december 1999.