ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4499
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens ontoereikende arbeidskundige grondslag
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 23 juni 2003 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank Arnhem oordeelde dat de medische beoordeling van de verzekeringsarts juist was en dat appellant in staat was tot arbeid binnen de vastgestelde beperkingen. De Raad bevestigt dit oordeel over de medische kant.
Echter, de Raad stelt vast dat de arbeidskundige beoordeling onvoldoende is onderbouwd. De functies waarop de schatting is gebaseerd, zoals machinebediende en productiemedewerker industrie, vereisen specifieke ervaring en opleiding die appellant niet bezit. Hierdoor is de arbeidskundige grondslag ontoereikend.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellant in eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.