ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4444
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WW-dagloon vereist correcte waardering van omzetafhankelijke bonus
Appellant was werkzaam bij DFG en ontving naast een vast salaris een omzetafhankelijke bonus van 2% over persoonlijke verkooporders. Het UWV stelde het WW-dagloon vast zonder deze bonus mee te rekenen, omdat appellant volgens hen geen handelsvertegenwoordiger was en de bonus niet tot het loon behoorde.
De rechtbank volgde dit standpunt en verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de bonus een beloning is voor individuele prestaties en daarom tot het loon moet worden gerekend. Hierdoor berust het besluit van het UWV niet op een deugdelijke motivering.
De Raad vernietigt het besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep van appellant gegrond en bepaalt dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het beroep van appellant gegrond verklaard vanwege onjuiste waardering van de omzetafhankelijke bonus bij de vaststelling van het WW-dagloon.