ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4369
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Herziening kinderbijslag en terugvordering onverschuldigd betaalde bedragen met boeteoplegging
De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft bij besluiten van 8 juli 2002 het recht op kinderbijslag voor meerdere kinderen van de echtgenote van appellant herzien vanwege uitwonendheid en onvoldoende onderhoud. Deze besluiten zijn gehandhaafd bij bezwaar en bevestigd door de rechtbank en de Raad.
Vervolgens heeft de Svb op 19 juni 2003 het onverschuldigd betaalde bedrag van €4.340,33 teruggevorderd van appellant en zijn echtgenote, en een boete van €440 opgelegd aan de echtgenote wegens het niet tijdig melden van wijziging in de gezinssituatie. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de Svb handhaafde het bij besluit van 5 november 2003.
De rechtbank bevestigde dit besluit, maar de Raad vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak voor zover het de boete en de invordering daarvan betreft. De Raad oordeelt dat de boete primair aan de echtgenote is opgelegd en dat de Svb nog een besluit moet nemen op haar bezwaar. De herziening van het recht op kinderbijslag en de terugvordering van het bedrag staan vast. De Raad veroordeelt de Svb tot vergoeding van de proceskosten aan appellant.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit en uitspraak voor zover het de boete en invordering betreft, bevestigt de herziening van kinderbijslag en veroordeelt de SVB tot vergoeding van proceskosten.