ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4333
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen herziening WW-uitkering wegens termijnoverschrijding
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 12 oktober 2004 van het Uwv, waarin zijn bezwaar tegen het besluit van 25 mei 2004 niet-ontvankelijk werd verklaard wegens termijnoverschrijding. De rechtbank had dit bezwaar reeds ongegrond verklaard en de Raad onderschrijft dit oordeel.
De Raad overweegt dat het geschil zich beperkt tot het bestreden besluit en dat klachten over de bejegening door het Uwv buiten de reikwijdte van het geschil vallen. Tevens is vastgesteld dat het bezwaar tegen het besluit van 25 mei 2004 te laat is ingediend zonder verschoonbare redenen.
Het Uwv had het recht op WW-uitkering herzien en een bedrag teruggevorderd, inclusief wettelijke rente en incassokosten. Appellant had geen inhoudelijke gronden aangevoerd tegen het besluit van 22 september 2004 waarbij het maandelijkse aflossingsbedrag werd vastgesteld.
De Raad ziet geen aanleiding om af te wijken van de eerdere uitspraak en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het bezwaar tegen het besluit van 25 mei 2004 blijft niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.