ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4331
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstandsuitkering wegens schending medewerkingsverplichting
Appellant heeft op 7 december 2004 een aanvraag om bijstand ingediend bij het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Hengelo. Naar aanleiding van twijfels over het opgegeven woonadres heeft de sociale dienst op 14 december 2004 een huisbezoek afgelegd. Hierbij bleek dat appellant niet op het opgegeven adres verbleef, maar bij zijn ouders woonde. Tijdens het huisbezoek en het daaropvolgende gesprek bij de sociale dienst gedroeg appellant zich intimiderend en bedreigend en weigerde verdere medewerking.
Het College wees de aanvraag af op grond van artikel 17 van Pro de WWB, omdat appellant niet voldeed aan zijn medewerkingsverplichting. Het bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde deze beslissing. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank bevestigd.
De Raad oordeelde dat de medewerkingsverplichting essentieel is voor het vaststellen van het recht op bijstand en dat de agressieve houding van appellant het huisbezoek onmogelijk maakte. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en was de afwijzing terecht. Het hoger beroep werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen vanwege het niet naleven van de medewerkingsverplichting.