ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4192
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een nieuwe aanvraag voor een WAO-uitkering ingediend op 7 maart 2002, met een diagnose fibromyalgie en vermeende toename van klachten sinds november 2001. Het UWV weigerde de uitkering omdat zij volgens het belastbaarheidspatroon van december 1998 minder dan 15% arbeidsongeschikt is. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef het medisch oordeel.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar borderline persoonlijkheidsstoornis meer beperkingen met zich meebrengt dan het UWV aannam. De Raad stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, waarbij alle medische informatie was meegewogen. De psychiater had zich niet uitgesproken over beperkingen op de datum van de aanvraag en gaf aan dat appellante gebaat zou zijn bij passend werk.
De Raad vond geen aanwijzingen voor toegenomen beperkingen ten opzichte van het belastbaarheidspatroon uit 1998, waarin al psychische beperkingen waren opgenomen. Daarom kon het hoger beroep niet slagen en werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.