ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4165
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in hoger beroep tegen UWV-besluit
Verzoeker stelde een verzoek om voorlopige voorziening in bij de Centrale Raad van Beroep in het kader van hoger beroep tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage. Verzoeker voerde aan dat hij sinds drie jaar geen uitkering ontvangt en financieel in ernstige problemen verkeert, mede door een eerdere uitspraak die het UWV zou hebben genegeerd.
De voorzieningenrechter overwoog dat hoewel de financiële situatie van verzoeker zorgwekkend is, dit niet leidt tot de vereiste onverwijlde spoed voor het treffen van een voorlopige voorziening. Ook de duur van de procedure rechtvaardigt dit niet. Verder werd geoordeeld dat het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar heeft genomen conform de opdracht van de rechtbank, waardoor de rechtmatigheid daarvan niet in deze voorlopige voorziening kan worden beoordeeld.
Het verzoek werd dan ook als kennelijk ongegrond afgewezen zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter J. Janssen op 8 december 2006.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.