ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4115
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemeld inkomen uit arbeid
Appellant ontving vanaf april 2002 bijstand, die per juli 2003 werd beëindigd. Naar aanleiding van een signaal van de Belastingdienst over inkomsten uit arbeid in 2002, stelde het College een onderzoek in en herzag de bijstand, waarbij een bedrag van €3.374,44 werd teruggevorderd. Tevens werd een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
Appellant betwistte in hoger beroep dat hij werkzaamheden had verricht voor de genoemde werkgevers, maar kon dit niet aannemelijk maken. De Raad stelde vast dat looninformatie van beide bedrijven aanwezig was en dat appellant geen bewijs leverde dat hij deze betalingen niet had ontvangen of dat er sprake was van misbruik van zijn sofi-nummer.
De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden door de inkomsten niet te melden, waardoor het College terecht de bijstand heeft herzien en teruggevorderd. Er waren geen dringende redenen om af te zien van terugvordering. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De herziening en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde inkomsten uit arbeid worden bevestigd.