ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen terugvordering bijstandskosten te laat ingediend, niet-ontvankelijk verklaard
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam waarin bijstandskosten over meerdere jaren werden teruggevorderd. Het bezwaarschrift werd echter pas na de wettelijke termijn van zes weken ingediend. Het College verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond, maar stelde later het verzet tegen deze uitspraak alsnog gegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat vertragingen bij de postbezorging haar tijdige ontvangst van het besluit hadden belemmerd, waardoor de termijn niet redelijkerwijs kon worden gehaald. De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij het besluit zo laat had ontvangen dat zij niet in verzuim kon zijn. Hierdoor bleef de niet-ontvankelijkverklaring terecht gehandhaafd.
De Raad corrigeerde een kennelijke verschrijving in de eerdere uitspraak zonder dat appellante daardoor in haar rechtspositie werd geschaad. De aangevallen uitspraak werd bevestigd met verbetering van gronden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaarschrift is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare omstandigheden.