ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3859
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toekenning ziekengeld na intrekking WAO-uitkering
Appellante had een WAO-uitkering die per 23 juni 2004 werd ingetrokken omdat zij volgens het UWV met behulp van het claim beoordelings- en borgingssysteem (CBBS) in staat werd geacht om functies te verrichten waarmee zij voldoende inkomen kon verdienen. Hiertegen heeft appellante geen rechtsmiddelen ingezet.
Vervolgens meldde appellante zich ziek vanuit een uitkeringssituatie op grond van de Werkloosheidswet. Het UWV besloot haar geen ziekengeld toe te kennen vanaf 6 juli 2004, omdat er geen sprake was van een toename van beperkingen ten opzichte van de WAO-beoordeling. Dit besluit werd ondersteund door medische rapporten van verzekeringsartsen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep heeft appellante geen nieuwe medische gegevens aangeleverd die haar gezondheidstoestand anders zouden doen beoordelen. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt de aangevallen uitspraak, waarbij geen aanleiding werd gezien voor het benoemen van een deskundige of toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van ziekengeld wordt bevestigd.