ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3653
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- C.G. Kasdorp
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vaststelling WUBO-uitkering wegens onvoldoende motivering grondslag inkomen
Appellant, geboren in 1940, kreeg per 1 juli 2002 een WUBO-uitkering toegekend wegens psychische oorlogsinvaliditeit die zijn beroepsuitoefening als boekhouder in 1985 beëindigde. De Pensioen- en Uitkeringsraad stelde de grondslag van de uitkering bij besluit van 9 november 2005 vast op een bedrag gebaseerd op het salaris van een boekhouder op uitzendbasis, omdat feitelijke inkomensgegevens ontbraken.
Appellant voerde in beroep aan dat deze grondslag te laag was vastgesteld. De Raad oordeelde dat het raadplegen van een gespecialiseerd uitzendbureau gerechtvaardigd was, maar dat de vraagstelling aan dat bureau onvoldoende rekening hield met de HEAO-opleiding die appellant in 1982 afrondde. Tevens bleek uit stukken dat appellant destijds circa € 4.000 per maand verdiende.
De Raad concludeerde dat de Pensioen- en Uitkeringsraad had moeten nagaan welk salaris een ervaren boekhouder met HEAO-opleiding op uitzendbasis kon verdienen. Het bestreden besluit werd daarom vernietigd en de Raad bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen met inachtneming van deze overwegingen. Verweerster werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht werd aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot vaststelling van de grondslag van de WUBO-uitkering wordt vernietigd en verweerster moet een nieuw besluit nemen.