ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3624

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 november 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-2505 WUBO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • H.R. Geerling-Brouwer
  • G.L.M.J. Stevens
  • C.G. Kasdorp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verschoonbaarheid termijnoverschrijding bezwaarschrift bij aanvraag uitkering burger-oorlogsslachtoffers

Appellant had een aanvraag ingediend voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, die door verweerster op 11 mei 2005 werd afgewezen. Appellant maakte bezwaar, maar diende dit pas op 12 oktober 2006 in, ruim na de wettelijke termijn van zes weken. Verweerster verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.

Appellant gaf aan dat hij gedurende een lange periode in Canada verbleef en dit tijdig aan verweerster had gemeld via een brief van 6 april 2005. De Raad overwoog dat termijnen fatale termijnen zijn, maar dat verschoonbaarheid mogelijk is op grond van artikel 6:11 Awb Pro. De Raad vond dat verweerster naliet contact op te nemen met appellant om afspraken te maken over de behandeling en postverzending tijdens zijn verblijf in het buitenland.

Gezien deze omstandigheden achtte de Raad de termijnoverschrijding verschoonbaar, verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerster een nieuw besluit moet nemen op het bezwaarschrift. Tevens werd verweerster gelast het griffierecht aan appellant te vergoeden.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding en het bestreden besluit wordt vernietigd.

Uitspraak

06/2505 WUBO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellant] (hierna: appellant),
en
de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)
Datum uitspraak: 23 november 2006
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een door verweerster onder dagtekening 25 april 2006, kenmerk JZ/I/90/2006, ten aanzien van hem genomen besluit.
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 oktober 2006. Daar is appellant, zoals bericht, niet verschenen. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C. Vooijs, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 11 mei 2005, op gelijke datum aan appellant verzonden, heeft verweerster afwijzend beslist op een door appellant in november 2004 ingediende aanvraag om ingevolge de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 in aanmerking te worden gebracht voor onder meer een periodieke uitkering.
Tegen dat besluit heeft appellant bezwaar gemaakt bij schrijven van 8 oktober 2006 dat op 12 oktober 2006 bij verweerster is ingekomen.
Bij het bestreden besluit heeft verweerster appellant in zijn bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de voor de indiening van een bezwaarschrift ingevolge artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geldende termijn van zes weken. In dat verband is overwogen dat appellant weliswaar had aangegeven dat hij in het buitenland zou zijn, maar is vertrokken zonder zich ervan te overtuigen of met uitstel van de behandeling kon worden ingestemd en zonder een adequate voorziening te treffen voor zijn post, zodat deze omstandigheid de termijnoverschrijding niet kan verontschuldigen.
Ter beantwoording staat de vraag of het bestreden besluit, gelet op hetgeen door appellant in beroep is aangevoerd, in rechte kan standhouden.
Dienaangaande overweegt de Raad als volgt.
Vaststaat dat appellant de wettelijke termijn van zes weken heeft overschreden.
Ter verklaring van de termijnoverschrijding heeft appellant gewezen op zijn naar verweerster gestuurde brief van 6 april 2005 waarin is medegedeeld dat hij gedurende de periode 30 april tot en met 27 september 2005 bij zijn zoon in Canada verblijft.
De Raad overweegt dat termijnen voor het maken van bezwaar en beroep fatale termijnen zijn, bij overschrijding waarvan een niet-ontvankelijkheid dient te worden uitgesproken, tenzij valt te wijzen op een aanvaardbare reden voor verschoonbaarheid als bedoeld in artikel 6:11 van Pro de Awb. Toepassing van artikel 6:11 Awb Pro vraagt een individuele beoordeling in het concrete geval.
In de omstandigheden van het onderhavige geval ziet de Raad aanleiding toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 6:11 van Pro de Awb.
Hiertoe acht de Raad doorslaggevend dat appellant met zijn brief van 6 april 2005 verweerster vroegtijdig op de hoogte heeft gebracht van zijn langdurige verblijf in het buitenland. Verweerster heeft op die brief in het geheel niet gereageerd. Naar het oordeel van de Raad had het echter op de weg van verweerster gelegen om in contact te treden met appellant teneinde afspraken te maken over de verdere behandeling van de aanvraag en de verzending van post daarover.
Verder is van belang dat appellant na terugkeer uit het buitenland met gerede spoed heeft gereageerd op het besluit van
11 mei 2005.
Gezien het voorgaande dient het beroep gegrond te worden verklaard en het bestreden besluit te worden vernietigd.
Niet is gebleken van kosten, van de zijde van appellant in beroep gevallen, die op grond van artikel 8:75 van Pro de Awb voor vergoeding in aanmerking komen.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het beroep gegrond;
Vernietigt het bestreden besluit;
Bepaalt dat verweerster een nieuw besluit neemt op het door appellant tegen het besluit van 11 mei 2005 ingediende bezwaarschrift;
Gelast de Pensioen- en Uitkeringsraad aan appellant het griffierecht ad € 35,- te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door H.R. Geerling-Brouwer als voorzitter en G.L.M.J. Stevens en C.G. Kasdorp als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 23 november 2006.
(get.) H.R. Geerling-Brouwer.
(get.) J.P. Schieveen.