ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3623
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- G.L.M.J. Stevens
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding invalidenauto wegens ontbreken medische noodzaak ondanks verlies linkerhand
Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer vanwege het verlies van zijn linkerhand door een explosie uit de Tweede Wereldoorlog, verzocht om een vergoeding voor een invalidenauto. Deze aanvraag werd afgewezen door de Pensioen- en Uitkeringsraad omdat er geen medische of sociaal-medische indicatie was voor deze voorziening. De Raad baseerde zich op medische adviezen waaruit bleek dat appellant ondanks zijn fysieke beperking nog in staat is om gebruik te maken van openbaar vervoer en taxi.
Tijdens de zitting verklaarde appellant dat hij weliswaar niet altijd probleemloos, maar toch gebruik kan maken van de trein. Er was geen medische belemmering voor het gebruik van taxi's. De Raad oordeelde dat de kosten voor alledaags vervoer als algemeen gebruikelijke kosten worden beschouwd en dat het beperkte budget van appellant hiervoor geen reden is om af te wijken van het standpunt.
De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat het bestreden besluit voldoende gemotiveerd en voorbereid was en dat er geen grond was om het te vernietigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de vergoeding voor een invalidenauto wordt ongegrond verklaard.