ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3570
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering en korting WAO-uitkering bij neveninkomsten
Betrokkene ontving vanaf december 2001 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Appellant heeft met terugwerkende kracht vanaf januari 2002 een korting toegepast op de uitkering vanwege neveninkomsten uit werkzaamheden. Tevens werd een bedrag van ruim €4.800 teruggevorderd.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene vanaf 4 januari 2002 tot 1 oktober 2002 redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat hij geen volledige uitkering meer kon ontvangen. Voor de periode daarna oordeelde de rechtbank dat dit niet meer duidelijk was, mede door het uitblijven van een schorsing van de uitkering na het indienen van een inlichtingenformulier.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt anders en stelt dat betrokkene ook na 1 oktober 2002 bewust was van zijn neveninkomsten en het onrechtmatig ontvangen van een volledige uitkering. De Raad weegt mee dat betrokkene dit zelf heeft erkend in een arbeidskundig rapport en dat de inkomsten een substantieel deel van zijn maatmaninkomen vormden.
De Raad wijst het beroep af omdat er geen bijzondere omstandigheden zijn die terugvordering onaanvaardbaar maken. Betrokkene heeft de terugvordering bovendien in termijnen voldaan en er is geen bewijs van een ernstige psychische terugslag door de terugvordering. Het bestreden besluit wordt bevestigd en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt afgewezen en het bestreden besluit tot terugvordering en korting van de WAO-uitkering blijft in stand.