ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3484
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten UWV over dagloonvaststelling WAO en WW
Appellant werkte van 1990 tot 2002 fulltime bij een werkgever die failliet ging, waarna hij bij een nieuwe werkgever een dienstverband van 32 uur per week aanging. Tegelijkertijd ontving hij een WW-uitkering gebaseerd op een hoger aantal uren. Het UWV stelde het dagloon voor de WAO- en WW-uitkeringen vast op basis van het 32-urige dienstverband, wat appellant betwistte.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV ten onrechte het dagloon baseerde op het 32-urige dienstverband, omdat appellant feitelijk een hoger aantal uren werkte, inclusief de uren waarop de WW-uitkering was gebaseerd. De Raad volgt het standpunt dat appellant niet vrijwillig voor 32 uur werkte, gezien de combinatie met de WW-uitkering.
Daarom vernietigt de Raad de bestreden besluiten en beveelt het UWV nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de besluiten van het UWV en beveelt nieuwe besluiten te nemen met correcte dagloonvaststelling.