ECLI:NL:CRVB:2006:AZ3000
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen weigering vergoeding abdominoplastiek
Appellante verzocht VGZ Zorgverzekeraar om vergoeding voor een abdominoplastiek, welke aanvankelijk werd afgewezen. Na bezwaar en een vernietiging van het eerdere besluit door de rechtbank, nam VGZ een nieuw besluit waarbij het bezwaar ongegrond werd verklaard en de afwijzing gehandhaafd bleef.
De Raad stelde vast dat het hoger beroep mede gericht moest worden tegen het latere besluit van 13 juni 2006. Vervolgens oordeelde de Raad dat appellante geen procesbelang meer had bij het hoger beroep, waardoor dit niet-ontvankelijk werd verklaard.
De Raad motiveerde dat op grond van de Ziekenfondswet en de daarop berustende regelgeving, waaronder de Regeling medisch-specialistische zorg, geen aanspraak bestaat op vergoeding van een abdominoplastiek. Dit systeem is limitatief en laat geen ruimte voor extensieve interpretatie. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 13 juni 2006 wordt ongegrond verklaard.