ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2966
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens niet voldoen aan referte-eis
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin werd geoordeeld dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) terecht de WW-uitkering had geweigerd omdat appellant niet voldeed aan de referte-eis. De Raad baseerde zich op de feiten zoals vastgesteld door de rechtbank en de geldende bepalingen van de Werkloosheidswet.
Appellant voerde aan dat hij in de referteperiode gedeeltelijk arbeidsongeschikt was, maar deze stelling werd niet met voldoende gegevens onderbouwd. De Raad sloot zich aan bij het oordeel van de rechtbank dat de referte-eis niet was vervuld.
De Raad oordeelde dat er geen gronden waren om af te wijken van het bestreden besluit en geen toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht was aangewezen. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens niet voldoen aan de referte-eis.