ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2914
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-dagloon door UWV per 1 december 2004
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om het WAO-dagloon met ingang van 1 december 2004 te verlagen. De rechtbank Amsterdam had dit besluit reeds bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en geen aanleiding gevonden om het oordeel van de rechtbank te herzien. De Raad onderschrijft dat het UWV terecht toepassing heeft gegeven aan artikel 14, eerste lid, aanhef en onder b, van de dagloonregelen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).
De Raad overweegt dat het UWV al sinds 1996 beschikte over de inkomensgegevens die de verlaging rechtvaardigen en dat appellante rekening moest houden met een mogelijke aanpassing van het dagloon. Er is geen sprake van onzorgvuldig of willekeurig handelen door het UWV, noch is de berekening van het nieuwe dagloon onjuist. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van het WAO-dagloon door het UWV per 1 december 2004.