ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2590
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na geschil over mate van arbeidsongeschiktheid
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te herzien en de mate van arbeidsongeschiktheid te verlagen van 80-100% naar 35-45%. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, omdat geen medische gegevens waren overgelegd die het oordeel van de verzekeringsartsen konden betwijfelen.
De Centrale Raad van Beroep sloot zich aan bij het oordeel van de rechtbank en vond dat het rapport van de medisch adviseur Haak, dat door appellant was ingebracht, voldoende was weerlegd door het rapport van de bezwaarverzekeringsarts. De Raad achtte het belastbaarheidspatroon passend en vond de toelichting op de zogenaamde markeringen afdoende.
Appellant had aangevoerd dat bepaalde belastingen, zoals knielen en gebogen werken, te zwaar waren beoordeeld, maar de Raad vond dat deze interpretaties onjuist waren. Ook de klacht dat de functies waarop de schatting was gebaseerd te oud waren, werd verworpen omdat deze functies actueel zijn op de arbeidsmarkt.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het beroep van appellant af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de herziening van zijn WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.